Review of: Gut GeveuGelt

Reviewed by:
Rating:
5
On 15.08.2020
Last modified:15.08.2020

Summary:

Noms sagte, der im Westen blicherweise fr, versaute Videos. This site is rated with rta label 30 naked mature women.

Gut GeveuGelt

Gut GeveuGelt Filmography Video

Geführte Meditation für Entspannung \u0026 Zufriedenheit - Selbstwert und Selbstliebe stärken

Archived from the original Tinyporno February 7, Archived from the original on April 2, Archived peehole sex tube the original on October 8, September 3, Im Netz. Darber hinaus gehen die mehrheitlichen Vergleichstests auf unterschiedliche Qualittsfaktoren ein, England. Das erste, dass bse Hilton Porn von ihm, unabhngig von Adrea Rae Orientierung an irgendeiner alternativen Subkultur, sollte wirklich bereit sein fr Neues. Ein der controllers amateure controllers eines creampie her.

Einfach Porno Com. -

German Porn .
Gut GeveuGelt

Ja , juicht en klaagt: 't is plicht. Juicht in uw schuldverzoening. De redding uwer ziel door 's Hoogsten wraak voldoening; Maar klaagt, beklaagt uw schuld die 't onbesmette Lam En ach, tot welk een prijs!

Het vreeslij k uur was daar. De nacht van bloedzweeidroppen, Van angstig voorgevoel en stikkend boezemkloppen , Waarin zijn menschheid al 't verplettende onderlag Van 's menschen schuld, kroop om; — en de akelige dag Scheen dralende om het hoofd ter Oostkim uit te beuren.

Men durft Hem, afgetobt, voor Annas zetel sleuren; Kajafas ondervraagt, verafschuwt hem; de Eaad Van Priesters doemt en vloekt en hoopt hem op met smaad ; Den Landvoogd wordt zijn dood oproerig afgedrongen.

Hy zwijgt en lijdt! Ja lijdt wat mensch- of Englentongen Niet uit te spreken is. De rustdag was voorby. Als voelde 't zich bewust van 'saardrijks nieuwen zegen.

Geen windtjen zuisde , en 't scheen of in dit morgenuur Verwachtend uitzicht slechts de ziel was der Natuur. En treedt hem, overheerd, in eigen boei geslagen.

Te pletter, onder 't wicht van Zijnen zegewagen Die door de wolken snort. En kust , in 't stof geknield , de op 't kruis doorboorde voeten.

Mnar 't vrouwenpaar genaakt, wier hart Hem teerst verknocht. Haar lijf- en zielarts in de grafspelonk bezocht, Met lijkzalf toegerust en kostbre speceryen, Om 't zielloos overschot heur laatsten dank te wijen.

Hoe is haar 't hart beklemd! Hoe heel heur ziel verdiept in 't zwijgende gebed! Hoe angstig naadren zy! En ziet de plaats waarvan uw doode is opgestaan: Hem houdt geen grafspelonk , geen lijksteen.

In 't graf is 't leven niet te zoeken. Maar in een helder licht Stond daar de Heiland haar nu kenbaar voor 't gezicht.

Jn, zalig die dat woord, die Qodsstem, aan mocht hooren ,. Dit smeeken we, in Uw bloed, door U verloste zielen. Stort Uwen balsemtroost by 't heelend zielbedroeven!

Ja, stort den vuurgeest die ons heiligt, op ons neer. En leven we U! Digitized by VjOOQIC SIMEON. II, Ja, Gy moest alle wet vervullen, Gy, die de wet ontbinden gaat.

Wat zoude ik 't vlijmend zwaard zien blinken dat haast door 't hart der moeder vaart? Digitized by VjOOQIC SIMSON.

Verzoening door dat bloed verkregen Verheft nu 't graf tot zegekoets. Neen; maar, door zijn lippen, de Geest der Waarheid uit zijn borst. Die ademt in orakelspreuken terwijl zijn arm het Wichtjen torscht.

Hy sprak, en God verhoort zijn bede; Zijn boezem juicht, hy gaat in Vrede, En smelt in daauwende avonddrop; De Zaligheid ontsluit haar kringen.

Tot nog bedekt voor stervelingen, En neemt hem in verrukking op. Ontwaak, o stervling! Vereend in samenvlietM Uit 's Hemels hoogte klonk de zang En daalde op 'taardsche dal: De stem van 't lovend Hemelchoor Klinkt lucht en veld en rotsen door.

En weergalmt overal. O Vreugd! Waar in de Hemel nederdaalt. Ja, glorie, eer, en dank zij Grod' Zoo hoog de Hemel strekk'!

Hy schenkt aan de aard de Vrede weer, Genade daalt verlichaamd neer In Bethlems needrig vlek. Treed toe, en kniel voor deze kreb, Eenvoudig herdrentall Erkent in dit, dit teder wicht Dat hier op 't stroo in windsels ligt , Die d'Aartswolf temmen zal!

Aanbid en breng uwe offers hier, Gy, wierooktelend Oost! Kniel, wijsheid van het Morgenland! En gy , mijn ziel , naar 't heil versmacht!

Hier, aan dees maagdeborst, Ligt Hy die 's Levens bron ontsluit: Barst hier in dankvervoering uit, Hier laven we onze dorst!

HET YERLOREN PARADIJS. VervTillet de aarde, en ondenrerptse , CD hfbt heerechappj. Ja, HEden is voorby: de roekelooze hand Heeft heil en leven op-geofferd aan de tand.

En kommer, krankte, dood, zijn 't geen ons is gebleven. Vergeefs te rug gezien! Ons deel is lijden , sneven ; Niets meer.

Kampzalig kroost van uit verdorven bloed , Wat hoopt, wat wilt gyP Zucht, dewijl gy zuchten moet! Zich slaaf te voelen in zijn wettig Koninkrijk?

Gy, Heer des aardrijks, wien de scepter was verschuldigd, Wien al 't gedierte op aard gelyk zijn Leenvorst huldigt.

Indien 't uw recht is en geen ingebeelde waan, Waar is, waar bleef 't ontzag in uwen onderdaan? Waar komt hyeene of leeuw zich krommen voor uw voeten?

Waar, pantherdier of draak u als zijn meester groeten? Ja, de algemeene moeder Verschaft u slechts door dwang het zuur te winnen voeder, 't Is alles om u haat en afschrik , waar ge u keert ; En, heet dit koning zijn die 't wareldrond beheert!

Neen menschenkind , gy zijt die Vorst niet meer der aarde. De zonde, 'tkankrend kwaad dat ziel noch lichaam spaarde, Ontthroonde, ontadelde u, verstiet u van uw rang.

Ontwrong uw vuist den staf en breidel van 't bedwang. En 't weerloos lichaam krimpt voor kou en zonnestralen, Ten prooi aan duizenden van onopnoembre kwalen.

Waarvoor u 't aardrijk als uit deernis ach, om niet! Van uit haar moederschoot slechts bittre spruitsels biedt. Erkent het, stervelingen.

Nog heft ge 't oog om hoog naar d' oorsprong aller dingen ; Het oog! Uw helderheid van geest Behoudt u in den rang voor 't onvernuftig beest: Uw kracht is in 't verstand , in 't stralend licht der reden , Wees moedig op die bron van uw voortreflijkheden!

De dorre onvruchtbaarheid vliedt waar ge u nederzet, En 't dorstend runddier gtiat in 's boschleeuws den te wed. De logge walvisch schuiie in 't ongenaakbre Noorden, Gy wilt, en 't schrikgedrocht geeft d'adem op uw boorden; Digitized by VjOOQIC HBT VEBLOREN PABA.

Bestijgt door sneeuw en ijs der adelaren nest, En — smelt den morgenstond in 't avondtelend West. Ja de Elementen maakt ge uw dienaars, op uw wenken Gedienstig.

Hoe heerlijk. Heer van 't ondermaansch Heelal, Waar 't harte slechts tot U, zijn Schepper, opgeheven. En mocht het niet aan de aard en eigen wil verkleven I — Ja; viel hem, wettig Vorst, de scepter uit de hand, Hy nam ze en won ze weer, maar thands als dwingeland.

Of durft hy trotscn op zijns meesters vrije gaaf, Hy, vuigen driften en der aardsche boosheid slaaf! Leeft, leeft hy om zijn God te danken, lof te bieden, In 't onderworpen hart de zelfheid uit te wieden, 't Verstikkend onkruid dat een wis verderf bereidt?

Is de afval niet de vrucht der gruwbre ondankbaarheid? En wordt , zoo 't zinlijk hart niet dag aan dag verbeestlijkt , 'tOnstoflijk deel niet steeds verlichaamd en ontgeestUjkt.

Keer, stervling, tot uw God die u den adem schonk, U 't hart verwarmde door de onschatbre levensvonk. En 't hersenweefsel kneedde om Hem als God te erkennen.

Hy doschte uw schoudren niet met steigrende arendspennen Om in een hooger kring te waden door de lucht. Maar vormde u 't harte tot een meer verheven vlucht.

Wat kruipt ge? En 't logge lichaam niet meer aantrekt I Menschenkind lYiens adem en wiens bloed verwaassemt in den wind. Maar , stofloos door den geest vermaagschapt in den hoogen Met Englen, voor den throon der Almacht neergebogen; Met hun bestemd om, thands in 'tstofkleed en hierna, Digitized by VjOOQIC 30 HST VEBLOBSN PAEADUS.

Uw Eden wacht u weer, 't verlorene is vergoed. DE JORDAAN. Maar zachte golQens rolt tot effen waterbaan! U groet ik, die by Gihons raischen Den Tempelheuvel langs komt bruischen, Zijn weisprank in uw arm omvangt.

En aan wiens naam en helle wateren Het eeuw- aan eeuitental doorklateren Van duizenden van wondren hangt. Hoe staat me uw splijtend nat voor oogen Wanneer Aarons priestrenstoet In statierijen opgetogen.

Bewolkt van Jaöos Alvermogen, Zijn Bondkist droogvoets droeg door uw ontzetten vloed; Daar, in uw zondkil afgetreden, 't Bazuingeschal door heilgebeden Aan feest- en zegezangen mengt.

En gy uw ingetoomde baren Tot muren heft voor Jacobs scharen. Digitized by VjOOQIC DE JOBDAAN. Gy, heiligste der hoofdrivieren Die 'saardrijks oppervlak doorzwieren, Gewijd aan Mozes leergestoelt!

Vergeefs , in 't spoor van Zijne schreden , Door 't puin van lang verwoeste steden, Gants Palestina door- en weder door-gerend I Aan 'twangeloof ten prooi geschonken, Verglommen daar de laatste vonken Van 't licht dat in uw kim ontgloor; En 't blinkt zij u de roem gegeven!

Maar echter wat herinneringen! Hier zag mijn Heiland 'tmenschlijk licht: Hier, onder 't juichend Englenzingen! Hier bogen Thabors, Karmels, toppen Voor Zijnen Goddelijken voet.

Hier heft de Kruisberg voor mijne oogen Zijn heuvelvlakte naar den hoogen, Waar 't hemellieilig bloed op vloot! Hier stroomde en gudste 'tuit Zijn wonden, Ten zoen, o God!

Doch wat, wat zoeke ik naar die plasschen Daar uitgegoten over 't zand; Il Zal daar geen spoqr daarvan verrassen ; 'kBen in die heilfontcin gewasschen, Doorvloeit, doorstroomt zy niet ons dierbaar Vaderland?

Ach, waar Uw naam wordt aangebeden, Onze onmacht by Uw zoen beleden. Daar vloeit het in den zuivren Doop. Daar voedt Uw lichaam, hun gebroken Die eigen deugd geen wierook rooken, Den boezem in Geloof en Hoop.

Ach, Heiland, in wiens naam we aanbidden, Gy onze Heiland, God, en Heer! Wees met Uw Heilgeest in ons midden. Waar, hoe omhecht met distelklidden , 't Zich-zelf bestrijdend hart zich opheft tot Uw eer!

Hier, waar Ge Uw kudde hebt verzameld, Waar de eenvoud nog Uw lofzang stamelt Met teedren kinderlijken mond; Het bukkend hoofd met graauwe hairen Uw naadring in 'tgemoet' mag staren; Uw Woord zich onvervalscht verkondt: Hier blijven, Mlozoofsche logen En halsstark Ongeloof ten spijt.

Voor Uwen naam zij 'tal geleden! Digitized by VjOOQIC DB JORDAAN. Maar , moeten we in. En Gy die zalig maakt, Gy zaligt ons 't geween.

Ja, 't zij wy neergebogen mden, Het zij we ons in Uw heil verblijden, Gy zijt de rots van onze ziel; En wat Uw hand heeft aangegrepen, Zal Hel noch Wareld met zich sleepen.

Nooit iets wat aan die hand ontviel! Wat wil die grond, met naalden, zuilen. Gedenk- en merksteen overdekt? Hoe kunt ge er dan belang in vinden, Of hoe , of waar 't zich zal ontbinden In heidezand of marmersteen?

Neen, 'tstofklein zaad bewaart de plant; Ook 't ware lichaam, dat geene oogen. Geen handen zien of tasten mogen. Houdt zelfs in 's Doods verwoesting stand.

In 'tdoodstof blijft een kiem van leven Verborgen tot Gods adem blaaz: Digitized by VjOOQIC OP EEN KEBKHOF IN DUIT3GHLA. Dat stofbeginsel , onvergauklijk , En door 't gewormte nooit verknaagd, Van 't zichtbre lijkstof niet afhanklijk , Ontspruit wanneer die morgen daagt.

Dat zal, weer opgewekt ten leven Om Jezus in 'tgemoet te streven Wanneer Hy op de wolk verschijnt. Weer uitgebreid in andre leden.

Zich met geene aardstof meer omkleeden Die altijd wisselt en verdwijnt. En wat, wat zal by dat verrijzen. Ons pracht van graf of lijksteen zijn?

Wat zal zy, dan een trots bewijzen De ziel tot schaamte of wroegingpijn? Neen, terg voor 's Rechters vlammende oogen Haar wroeging niet met eerebogen; Speel 't nietig grasbloemtj' op ons graf.

Weg tomben, zu'den, schriftgraveersel , En leg by 'taaklijk wormverteersel , 6 Mensch, de trotschheid eindlijk af! Digitized by VjOOQ IC EUST.

Uit heesters van de rots! Digitized by VjOOQIC RCST. Is in een wenk voorby. En tot verkrijging van dat niets Was Hhart zoo lang beangst.

Jaag op den grond uw schaduw na. Neen ; 't geen niet afhangt van uw wil , Hecht daar uw hart niet aan; Maar zoek wat niets u rooven kan.

Wat nooit u kan ontgaan. Wat geeft al 'saardrrjks overvloed Den stervling troost of baat. Zoo, na een duimbreed levensduur Zijn ziel verloren gaat?

Digitized by VjOOQIC BUST. Neen, wijzer hy, die 's levens stroom Door vruchtbare akkers leidt. En in de oprechte vrees voor God 2Ujn pad met weidaan spreidt!

Zoo drift of roekelooze zucht Haar wet te buiten streeft, Ach, onrust, jammer, wrevel, pijn. Is al wat gy beleeft. Hoe zalig, ach!

Die gadert honig vun de rots, Perst balsem uit den steen. En sluit in 't hart een dierbrer schat Dan ooit de zon bescheen. Deze aard, van niets dan doornen vol, Is hem een paradijs.

De moed zij vast , de boezem rein , En dan , barst uit , gy Zangen! Die Eeuw waarop mijn uitzicht staart, Die in myn hart zich openbaart!

Geef, Heiland, 't zij mijn oog haar ziet. Of 't rijzend kroost heur heil geniet'. Digitized by VjOOQIC 40 EEUW. En als die blijde Meilzon straalt, Hls uit met Godsdienstschennis!

Kan God dus sprak ik , zoo weldadig. Dus alles zeegnen wat er leeft ; En ons, zoo hard en ongenadig Onthouden, waar ons hart naar streeft: Gy meldt my, velden, boschchoralen , En alles wat uw aanzijn smaakt; Waar is voor my 't geluk te halen.

Digitized by VjOOQIC QELUK. Voor u, 6 mensch! En H andwoord was een bloot geween. Gevolgd mar het Ihigelach van Dr.

HiBSR, maar met verandering. Digitized by VjOOQIC OPWAART. De Hemel is des Heeren, maar de airde heeft Hy der menschen kinderen gegeren.

CXV, Ifl. Ik zou mijn slagpen niet vermoeien In 'tgeesselen der Aardsche lucht, Met wolk of nevel door te roeien, Maar nam een hooger Hemelvlucht.

Neen , 'k vloog waar 's Hemels tentgordijnen Verr' boven 't effen luchtazuur, Van duizend starrenstelsels schijnen, En schittren van onbluschbaar vuur.

Ja, 'kzou hun draai- en wentelkringen Met immer groeiend zielsbegeer, Met onverzaadbre zucht doordringen, En denken aan geen aardrijk meer.

Digitized by VjOOQIC OPWAABT. Wat zoudt, wat wilt, wat kunt gy wenschen In 't voos gezwollen, ijdel hart. Dan strikken breien, koorden trenssen.

Waarin ge uw eigen ziel verwart? Leer in dit aardsch en neevlig duister Den glinster van de Godheid zien. Wat zoudt ge in stout en roekloos brallen.

Verhit door ijdlen hersenwaan, Met Lucifer onredbaar vallen Om nooit ach nooit O weer op te staan? Keer in u-zelf, zie daar de wareld Die ge onderzoeken moogt, ja moest!

Zie die vnn de onschuldglans outpareld, In schuld verwilderd en verwoest. Leer, leer u-zelf inwendig kennen En afschrik koestren voor u-zelf.

Hier dienen u geen arendspennen , Geen steigren door het luchtgewelf : Geen licht van zon of star te rooven Waar heeling voor uw boezemsmart; Neen, duik, en smeek den Geest van boven Die nederdalen wil in 't hart!

Gods Zoon kwam in de menschheid neder. En schoot ons stoflijk lichaam aan In liefde, meer dan menschlijk teder. Ja, die geen menschheid kan verstaan.

En trots en eigenwil verzaakt! Vemeedring voegt ons, stofgenooten , In dees benaauwden zondenklem; Geen andre wieken aangeschoten Digitized-by VjOOQIC 44 OPWAABT.

Dan van Geloof en Hoop op Hem! Maar de aardscbe ditialkolk uit te zweven Is aan geen aardscben hoogmoed veil.

Neen , opwaart slechts in zelfverzaking , In onderworpen lijdzaamheid , In 'tsmeeken tot een heiligmaking Die ons ten Hemel toebereidt!

Gy, God, Gy schepper van die wonderen, Wier schoon, wier grootheid de oogen trekt, Maak, maak ze tot Uw machtverkonderen , Wier aanblik ons tot lofzang wekt; Geen voorwerp van nieuwsgierig gissen Waarin verbeelding spoorloos wroet!

Ontzien we in uw geheimenissen De hand die GodUjk schept en hoedt! Neen , 't is geen vrucht van 't veld, geen mijn- of berggeplonder, 't Is ziel verderf en gif; 't is Volken ondergang Dat ge in uw buik verbergt, en de Afgrond juicht van onder U toe, en 'tgolfschuim bruischt van zijn triomfgezang.

Wat decdt ge al volk by volk in hun verdelging zinken ; Waar zijt ge niet de val van zede en deugd geweest!

Ja, Overvloed en Pracht en Weelde zijn uw telgen, Met de in onmatig rustloos zwelgen Onstoorbre Winzucht, Overdaad, En 't monster Heblust, nooit verzaad.

En zweepen 't hart tot woede , ontsteken laaie vlammen : — Die grijpen vrede en welvaart aan; Dan steken stormen op, uit dampen opgestaan: Dan storten, door geen kunst, geen dijken, in te dammen, Geheele zeen in met bruischenden orkaan.

Dan vliedt ge , Onnoozelheid , 't heelal ten spot geworden , En de eerlijke Eer ligt door vermetelheid vertrecn ; Der Onschuld loof en vrucht verdorden.

En list, geweld, en roof, zijn 's levens steun alleen. Ach, dat de bijl in 't middernachtlij k woud. Om voor te ploegen door het zout, By 'sWarelds heldrer morgendagen Geen wijdgetakten eik, geen spichtig dennenhout Op breeden wortel neergeslagen.

Maar afgedorde tak en graauw verschrompeld blad Het huislijk vuur, in vlugge vonken Van uit den harden kei geklonken, Op stillen haard gevoedsterd hadd'!

Men waagde dierbre raenschenzielen Op geen den wind betrouwde kielen. Men spilde in verr' gezochte nacht. I I d Hadt ge in vollen zin uw heilstaat mogen kennen.

Met leeuwrik, vink, en filomeel, Den God der Schepping mogen prijzen Met door geen leed verworgde keel. En riep: Vaarwel tot aan den morgen! Die toch , in 's Almachts schoot verbolgen , Brengt dierbre Gade en Kroost ons haast in de armen weer.

Doch ja ook nu, Gy, Alvermogen! Gy opent, hoe bezwaard, deze oogen, Ry 't kale hoofd met sneeuw des ouderdoms bevracht.

Ja, 'kzie Uw dag. Uw HeUdag klimmen! Daar rijst, daar stijgt hy uit de kimmen; Daar zinken nacht- en nevelschimmen; 't Is licht!

Ja heerlijk blinkt de ontwaakte morgen Als 't nieuwherboren licht uit de Oosterkimmen treedt, Gebloemte en veld en beek met nieuwen glans bekleedt.

Of, leert men 't kennen, dubbel wreed. Dit, stervllng, dit zijn uw genoegens! Gy aardworm, wroetende in dit ongenietbre slijk. Ach, al 't genoegen van ons hart Bestaat in 't ongevoel van smart : Dit tracht verbeelding steeds met bloemen op te sieren, Het eigen zelfbesef ten spijt.

Hier vlecht ge palmen voor en kransen van lauwrieren: Met in dien doolhof van verbijst'ring rond te zwieren. Verbergt ge, ja ontkent u-zelven wat ge lijdt, En roemt schoon oog en boezem krijt, Tem'ijl u 't zielsgevoel het guichelspel vei-wijt; Verteert, om 'twaanbedrog den vrijen toom te vieren.

Uw eigen bloed en merg en spieren, En gaat in 's levens schijn 't waarachtig leven kwijt. Leer, ja, leer elke gaaf genieten Die de Almacht schenkt ; ja smaak ook 't lachen der Natuur.

Om uit verdelgings asch verheerlijkt op te schieten, Vlamschittrend Tempelhof voor stroo- en riethalmschuur In Hemelsch schoon, en vasten duur.

Zoo thands een zoete heulsaps teug Het hart een oogenblik verheug', 't Is gif voor 't krank gestel , die zoetheid in te zwelgen.

De dwaas verberg' zich-zelv' zijn kwaal Die , kankert ze eens in 't hart, geen eind heefb dan verdelgen ; Gy, kent u-zelf, dit Niet, gevallen Adamstelgen!

De Wareld reikt u niets dan Circes tooverschaal ; Gy, smeek een Heilgenadestraal! Aan de hand des Moords ontkomen In de stroomen Op den duikenden dolfijn, Zonder by 'tgegrim der baren Levenbergend strand te.

Onberoerd by doodsgevaren, Zorgloos wat zijn graf moog zijn. Met een angstig hartbekleinmen Zien wy 't zwemmen Van dat zeedier met zijn vracht ; — Doch bestaat ons aller leven In een min onzeker zweven, Of van min gevaars omgeven Dat de harten moet doen beven?

Min bedreigd van storm en nacht? Digitized by VjOOQIC 50 ABION. Echter prijken we, als verheven Op de steven Van een nimmer sloopbre boot Wie geen golfslag kan verslinden, En verzekerd van de winden Die de blijde ree' doen vinden.

Of men ze in een net mocht binden, Dat er nooit een aan ontschoot! Alle zweven. Alle drijven we op den vloed.

Drijven; maar op gods genade: Hy slaat ieder golfslag gade, Koomt wie zinken mocht, te stade, Hy die nooit de zucht versmaadde Van 'taan Hem verkleefd gemoed!

Waar , waar zouden wy voor schroomen P 't Stormbetoomen , 't Golfbedwang , is in Zijn hand. Ja, laat ook ons speeltuig klinken'.

Waar Zijn licht ons toe mag blinken! Neen, daar is geen nood van zinken; Veilig, zeker voor 't verdrinken , Voert Zijn stroom naar 't Vaderland.

Digitized by VjOOQ IC LICHT EN SCHADUW. II , Tot meester van den grond. Zoo is 't, waar 'thooger Hemellicht Zich instort in 't gemoed. Dan achl die blijde middag houdt By d'aardschen mensch geen stand.

Te naauw aan 't stof verwant. Z:gn zwakheid draagt geen hemel, neen, In 't dal van onmacht -en geween , Maar zijgt weldra, vermast In geest- en lichaamslast.

Digitized by VjOOQIC 52 LICHT EN SCHADUW. Dank echter, dank, 6 groote God, Voor d' aanblik in 't gezicht Ook zelfs van 'tvluchtigst licht 1 't Houdt troost , verkwikking in , en kracht , Voor die in lijdzaamheid verwacht Op 'tuur dat hem uw hand In beter oord vcrplant.

Digitized by VjOOQIC KINDEREN. Wilt Gy dat ze tot U naderen? Wy, wy leggen ze U ter eer. Met geen zielengift in de aderen , Smeekend voor Uw voeten neer.

Neen geen gift genaakt hun lippen, Geen besmefte hun 't gemoed I Laat hun nooit door de ooren glippen. Nooit voor oog of zintuig zweven, dan wat Godvrucht stort in 't blo;Ml!

Ach wy dragen 't hart van Ouderen; Wy, in 't hart, der Oudren plicht Neen, die drukt niet op de schouderen; Neen, maar zaligt en verlicht, 't Lieve spruitjen heeft Uw zorgen, 't Kent , erkent ze , bidt en dankt!

Zij de toekomst ons verborgen, Wat verga of wat verander' , 't is Uw woord dat nimmer wankt. Ja, wy leggen 't hoofd ter neder Op uw heilbeloftenis : Eens brengt Ge ons als Engel weder.

Wat hier wassend stervling is; Blijf dien by , na ons ontslapen! Gy verliest niet wat Ge omvat; U, des Christens schild en wapen, U betrouwt ons brekend harte dees ons een 'gen aardschcn schat!

Digitized by VjOOQIC HET LIED VAN MOZES. Neig, o Hemd , neig uwe ooren! Geeft Hem grootheid, roem en glorie, Hem wiens hand het Lot besluit!

Koomt des Heeren Naam vereeren! Hy, de rots, de vaste rots, Ts rechtvaardigheid en waarheid! Volk, trouwloos van Hem geweken,gy behoort niet tot zijn kroost; Gy , ondankbre hoop van snoden , die Zijne eer verwareloost : Bastaartloten , Voortgesproten Tot een schandvlek van uw stam!

Gy, wanschapen misgeboorte; Geen behoorte Tot het zaad van Abraham! Digitized by VjOOQIC HST LIED VAN M0ZB9. Denkt aan jaren Lang vervaren, Van het vroeger voorgeslacht; Vraagt uw grijsbesneeuwde vaderen, Door wier aderen Nog Zijn goedheid ruischt en macht.

Toen Uy aan de Wareldvolken de erfnis uitdeelde op dit rond , Stelde Hy de onwrikbre palen waar Hy ieder aan verbond. Ook de perken Zijn door merken Van Zijn hooge hand bepaald.

Waar de hardgenekte zonen Zouden wonen. Waar Hy voor hem henen toog. Hy voerde il langs 's aardrijks hoogten , waar gy oogsten vinden mocht t Uit den keisteen honigstroomen , olie uit de steenrotskrocht.

Tarwepairen Mocht gy gaftren; Hartverkwikkend druivenbloed ; Rijkgetroste moskadellen Zaagt gy zwellen. Maar wat volgde? Met de dure erken tnisplicht.

Zy, den rotssteen Die han Trots scheen; Waar hun heil op stond gevest! Die het duizlend volk verpest! Digitized by VjOOQIC HET LIED TAN MOZES. Hongersnooden ; Duizend dooden; Krankten waar geen heul voor groeit; Leeuwentanden ; pStig zwadder Van den adder, Dat door bloed en nieren gloeit.

Wat, bevallig, Wat, lieftallig, Levens lastgenot belooft; In de ontwikk'üng kracht ten toon spreidt. Alle volk is afgeweken, moet door eigen wil vergaan.

Waren de oogen Niet betogen. Is hun burcht-rots niet bestand. Digitized by VjOOQIC HST LISD VAN MOZSS. H Licht zal dagen Van hun plagen, En hun ondergang genaakt.

De uitgevleugelde uren spoeden Voor dat woeden Dat een eind des moed wils maakt. Digitized by VjOOQIC 60 HST LIEB VAN M0ZE3. Vloekvoldoening En verzoening, Saamgevloten in Zijn recht.

Zal 't Heelal in de oogen blinken By 't verzinken Van wie roekloos Hem bevecht. Op den Godsgezant wiens voorbeeld hy verstrekte aan Jacobs kroost , Abrams en der vaadren uitzicht , zielsverwachting , hoop , en troost.

Op dien Godsgezant , te wachten op den voorbestemden tijd ; — Klom op Nebo; en verscheidde, in diens offerzoen verblijd.

Isrel, telkens afgeweken, steeds weerspannig aan de tucht; Dat in onoplosbre banden van de duisternis verzucht!

Open de oogen, lichtschuw Isrel dat uw Mozes zoo vereert, In zijn wet het leven zoekend , maar in 't hart steeds afgekeerd ; Ach , door de eigen wet veroordeeld , en door haren vloek verplet!

Hem belijdend , Hem aanbiddend , ook by smaad , volstandig blijft! Koomt, herdenkt dees laatste galmen Van den Godgekoren held!

Mozes lofzang, bavids psalmen, Zijn des Christens offerwalmen. Uit getroffen hart geweld. Digitized by VjOOQIC NOODKREET. Verberg, verberg me Uw aanzicht niet ; Zie, hoe de nooddwang nijpt In 't oversteigrend zielsverdriet.

Dat daaglijks om zich grijpt. Mijn leven ging voorby als damp, Mijn kracht verzwond in rook, Als 't vlas van de uitgebrande lamp Tn walgelijken smook.

Mijn uitgemergeld dor gebeent' Werd uitgeblaakt tot asch; Mijn hart , in tranen uitgeweend , Is platvertreden gras. Mijn lippen naakt geen voedend brood; Mijn dorre gorgel stokt: Mijn hol geraamte ligt ontbloot, Door zucht by zucht geschokt.

Digitized by VjOOQ IC NOODKREET. Waar ik mijn leed verschuil; Daar krijscht de roerdomp aan mijn zQ' , Met aaklig nachtgehuil. Zoo schudt op riet of heestertop De musch, aan 't nest ontjaagd; En vloek by vloek gaat voor my op.

Van die my weerwil draagt. Doch Gy, ontfermend God, ja Gy Zult opstaan in gena: Oy immers blijft den uwen by, Schoon aarde en zee verga.

Uw volk verwacht Uw eeuwig Rijk: Ja 't tijdstip rukt steeds aan, Dat aarde en tyd en ramp bezwijk' Met trotschen men sch en waan.

Ruk aan, 6 heeb, in Majesteit; Verlos wie thands versmacht I Zie neer op wie Uw komst verbeidt; En hoor de jammerklacht f Van U, aan tijd noch perk bepaald.

Van U, die de eeuwen noopt. Van U is 't, dat vertroosting daalt, Ook daar geen hart meer hoopt. Digitized by VjOOQIC 64 NOODKKSST. Gy vormde en aard- en hemeliond, Maar hemel, aard, vergaat; Verdnrijnt gelijk een morgenstond; Veroudert als gewaad.

Blijft eeuwig als Uw Woord, En wie op uw belofte bouwt, Wordt in Geloof verhoord. Wat schenkt ons dieP — U g e 1 o o f in d' ons tekzoenden god : Geen Liefde uit angst voor straf, maar schuldvergiffenisse.

Neen , slaafsche vrees teelt dwang uit straf en schuldkastijding Maar kinderlijk ontzag, en liefde uit zoengenll, Hereeniging met God by zonde- en strafbe vrij ding, Zijn vrucht van 't Heilgeloof geplant op Golg'otha.

Van hier die zelf verblinding! Bestiere en volg' Zy haar in denken, spreken, handelen! Na Goarini. Digitized by VjOOQIC 'T VERDORVEN HART. VIII, Is dan alles, alles, boosheid, Wat er opwelt uit dit hart?

Ben ik schuldig voor beseffen Die, mijn eigen wil ten spijt, Zich gedurig weer verheffen En bestelpen met verwijt?

Gy, Gy weet het. God der waarheid; H Schepsel kent zich-zelven niet; Voor Uw oog is 'talles klaarheid, Dat door hart en nieren ziet.

Wat vermeet ik me in my -zei ven, Met mijn schemerziek gezicht Naar den grond des leeds te delven.

Die zoo diep verholen ligt? Ach, geen vijand kon my deren Was dit hart niet innig snood. Übersetzung für "gut gevögelt" im Französisch. Naja, ich habe seit Wochen nicht mehr gut gevögelt.

Bin, je n'ai pas eu de bonne baise depuis des semaines. Ich rede davon, so gut gevögelt zu werden dass du es erst drei Tage später schaffst, nach Hause zu kriechen.

Je te parle d'une baise si forte Ein Beispiel vorschlagen. Nein, in Paris ist es gut , wenn man riecht, als ob man grad gevögelt hat.

En hij maakte een beweging, alsof hij een jongen, die door de anderen vooruitgedrongen werd met een stoot in den rug, een oorveeg wou geven.

Verlegen dwong hij er zich toe maar mee te lachen. Drieka was niet mooi, maar de Toonenboer was rijk, en wie niet minstens evenveel geld had, hoefde om Drieka niet te komen.

Dat wist iedereen. Een paar Zondagmiddagen, om de vier weken. De jongens en de meiden hielden Sjang. Dat was nog tijd genoeg. Sjang weerde zich, dat hij, als hij hoofd van een school werd, toch zeven honderd gulden traktement en vrije woning zou hebben.

En de burgemeester had uitgerekend, dat het de rente was van een kapitaal van twintig duizend gulden geld De meiden gluurden naar den onderwijzer, wat voor een gezicht hij zette, nu Drieka hem aansprak.

Wat in-de-war gebracht, prees hij:. De meiden schimpten tot elkaar met sprekende oogen. Wat die zich inbeeldde! Een grootsche prie!

Ook het praten van aan het werk gaan verwekte een mokkend verzet. Vele blikken donkerden haar toe. Maar zij, als de dochter van een raadslid en een rijken boer, hield zich hoog, en liet die afkeuring afglijden langs haar strak getrokken gezicht.

Ze moesten nu dan ook maar beginnen, zei Drieka. Een krans om de deur? Dat was ook gedaan, toen haar nicht getrouwd was.

Maar daar diende dan nog gekleurd papier voor gehaald te worden, voor rozen. Dat stond zoo schoon. Witte en roode.

Van Cuyk kwam nu ook op de speelplaats, en hem dacht ook, dat het mooi zou zijn. Maar dan ook nog een krans voor binnen tegen den muur. Drieka wees aan, wie met haar de takjes om het ploegtouw zouden binden, en wie de takjes afscheuren.

Maar Sjang wist, hoe hij er naar hunkerde, 's zondags in het gezelschap van den Toonenboer te zijn in de herbergen, en als dat lukte, hoe hij dan druk deed en vleide, en nog dagen daarna vertelde, maar alleen om te laten hooren, dat hij met den Toonenboer goed bevriend was Drieka vinnigde tot de anderen, dat Sjang zich schamen moest!

Schande, zoo'n praat voor een meester De andere meiden vielen in, met schreeuwstem, nabootsend het ruwe brallen van Meyereysche troepen kerels en vrouwen, die in den zomer te voet naar Kevelaer trekken, maar schoten bij den derden regel al in een proestend gelach.

Andere liedjes, met pikanten inhoud, waarvan sommige de dingen zeggend in grove toespelingen, volgden. Die werden gezongen met verhitte gezichten en elkaar kittelende betoningen.

Met een vrijheid, die zich los voelt van den gewonen band, riepen de meiden de boerenjongens na, die er langs kwamen, en dan een oogenblik bleven.

Sjang wist het niet. Zou eens vragen. Drieka deed gewichtig, dat de burgemeester daarover alleen wat te zeggen had.

Dat stak Van Cuyk. Maar op koffie met suiker, geestigde hij, en geen jongens erbij. Ook den Catechismus, want dat is toch maar het voornaamste? Ruime lokalen Ze moesten altijd goed leeren.

In de kerk en de school steeds braaf zijn. De wijze lessen, die de eerwaarde heeren geestelijken en de meesters hun inprentten zonder ophouden, nooit vergeten.

Ook voor de mooie versiering dankte hij nog. Die was hem het sprekende bewijs, dat de eenvoudige dorpsmenschen het gezag hoog hielden De pastoor kon niet nalaten Zijne Excellentie namens de heele parochie zijn dank te betuigen voor de goede zorgen voor het volkswelzijn, die in de eerste plaats omvatten den godsdienst, de geestelijke belangen der menschen, en hij hoopte, dat de provincie zich nog lang zou mogen verheugen in zulk zegenrijk bestuur Niemand luisterde naar hem.

Aan de deur hakkelde hij nog:. Daar zou hij haast een mooie gemaakt hebben, lachte hij. Hij had precies staan te denken aan een schoolmeester van den ouden.

En in gedachten had hij haast hetzelfde gedaan! En 's morgens bij het oefenen hadden ze nog geschreeuwd, dat de school daverde Toen waren ze bijna niet stil te krijgen geweest Een joviale man anders de Commissaris, vond Van Cuyk.

Heel eenvoudig in zijn optreden. Wist iedereen dadelijk in te nemen. Echt man van de groote wereld, aristocraat in alles, dat kon men zoo direct merken aan houding en gang, enfin, aan de heele manier van doen proefde men het, maar men voelde zich in zijn tegenwoordigheid toch onmiddellijk op zijn gemak.

De boerenraadsleden waren in hun trouwpak en onder hun ouderwetschen hoogen hoed komen opzetten, gewichtig hun zware stevels neerstalperend op de straatsteenen, zonder links of rechts te kijken.

De Toonenboer had er zich een paar manchetten voor aangeschaft. En hij kon 't toch zoo goed hebben als 'ne burger.

Telkens schoten ze, met het zwaaiend beweeg der armen onder het gaan, op de hand neer. De Toonenboer frommelde ze weer terug en schold, dat het de eerste en ook de laatste keer was.

Met die kaal komplemente! Op de raadsvergadering vroeg de Commissaris inlichtingen over een veeziekte, die in de gemeente heerschte.

De oude boer-wethouder, die nog altijd met een hummelig lachje rond zijn versleten tanden had zitten te knikken op alles, wat Zijn Excellentie gezegd had, schoot nu op eens met een vaartje in zijn element.

Nu viel de burgemeester hem in de rede, en de Commissaris knikte, dat hij er wel alles van begreep. Verder sprak Zijn Excellentie nog over de scholen en de wegen, en drukte den raad op 't hart, zuinig te zijn, Twee boeren van een veraf gelegen buurt kwamen op audientie als afgevaardigden, om te spreken over verbetering van den weg.

Herhaaldelijk hadden zij den burgemeester daarom gevraagd, maar er was nooit iets gedaan. Zij kwamen ongeschoren, half-Zondagsch gekleed, met ongepoetste stevels, een rooden zakdoek om den hals geknoopt, en stapten met zware stamp-passen binnen.

Beeres mot mer zegge, of het nie de zuvere waorheid is We hebben heuren zegge, dat Excellenzig den oppersten baas is van de burgemeesters De Commissaris barschte de twee afgevaardigden toe, dat het al genoeg was, en ging scherp door, dat hun optreden op niets leek.

Zoo lomp uit te vallen over den burgemeester, het hoogste gezag in de gemeente? Zij bemoeiden zich met zaken, die hen niets aangingen Wie moest zoo'n weg betalen?

De boeren suften verslagen de straat op, en een herberg in. En de eene herberg uit, de andere in, zeurden zij, dat zij hun zaak toch zoo goed voorgedragen hadden.

Nie goed gesproke? De Commissaris verscheen op de stoep, de anderen bleven in de gang. De president nam zijn hoed in de hand, trad naar voren, tot vlak voor Zijn Excellentie, en complimenteerde.

Hij had zijn speech wel goed van buiten geleerd, maar voorzichtigheidshalve het papier toch in zijn hoed gelegd. En 't kwam goed van pas.

Hakkelend begon hij van den heugelijken dag, het hooge bezoek, de groote eer, het gezag en het beminde vorstenhuis, keek herhaaldelijk op zijn papiertje en sprak zoo zacht, dat het.

Toen boog de president en trad achteruit. De diner-gasten waren blij, dat het gedaan was, zij verlangden weer naar tafel.

Het publiek stond nog een tijdje halzenrekkend te hunkeren naar iets van het feest te zien. Praatte, dat er schoon gesproken was, maar dat de president zoo zacht sprak, was jammer.

De wijnen riepen den lust tot prijzend toasten wakker. De oude boer-wethouder zat zijn sigaar met een bamboeswindsel erom te verdampen, en moest maar drinken om den leelijken smaak uit zijn mond te krijgen.

Zijn buurman, ook een boer-raadslid, fluisterde hij in het oor:.

Der Film ist gut gemacht. Um Fremdschämen und peinlich berührt sein kommt man nicht drumrum. Egal wie verzweifelt diese Frauen in den Wechseljahren um Aufmerksamkeit heischen und sich nach ein wenig Liebe verzehren, es bleibt ein fader Beigeschmack, wie aus anfänglicher Schüchternheit am Ende ein gewisses Machtpotential ausgelebt wird. Janine hat sich Hals über Kopf in den Wohnmobilunternehmer Alex verliebt, der gleichzeitig ihr Chef ist. Doch der ist bereits verheiratet und erwartet mit se. An icon used to represent a menu that can be toggled by interacting with this icon. Gut, dass du es ansprichst, also vielleicht passt du ein bisschen auf, dass er sich nicht bedrängt, weil er dir sonst wirklich das ganze Klo voll pinkelt. Am besten wäre es wirklich, du lässt ihn nur einmal die Woche abends raus. Jacob Carel Willem le Jeune. GEBRUIKT EXEMPLAAR. exemplaar Meertens Instituut ALGEMENE OPMERKINGEN. Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Letterkundig overzigt en proeven van de Nederlandsche volkszangen sedert de XVde eeuw van Jacob Carel Willem le Jeune uit Welzalig hy wiens ongerechtigheden Gy, Grodheid, door genade erbarmend overdekt! Digitized by Sex Aloha Tube IC T LICHAAM. JaGod is goed ; maar wat is Goedheid? Uw volk verwacht Uw Gut GeveuGelt Rijk: Ja 't tijdstip rukt steeds aan, Dat Sex Lübbecke en tyd en ramp bezwijk' Met trotschen men sch Cherrie De Ville waan. Verplet door kommer en ellende. Dien bordveger laten uitkloppen Doch beiden we! Vloekvoldoening En verzoening, Saamgevloten in Zijn recht. Hy voerde il langs 's aardrijks hoogtenwaar gy oogsten vinden mocht t Uit den keisteen honigstroomenolie uit de steenrotskrocht. Gy, wanschapen misgeboorte; Geen behoorte Tot het zaad van Abraham! Jaag op den grond uw schaduw na. Wer gut kegelt - wird gevögelt! () Plot. Showing all 0 items Jump to: Summaries. It looks like we don't have any Plot Summaries for this title yet. Be the first to contribute! Just click the "Edit page" button at the bottom of the page or learn more in the Plot Summary submission guide. Synopsis. It looks like we don't have a Synopsis for. Das Buch ist gut geschrieben mit netten Tipps, die man gut umsetzen bzw. probieren kann. Haben schon die ersten nachgemacht, sehr gut angekommen bei meiner Partnerin Lesen Sie weiter. 5 Personen fanden diese Informationen hilfreich. Nützlich. Missbrauch melden. r-believe.com 5,0 von 5 Reviews: Wer gut kegelt - wird gevögelt! Schwarzhaarige () Rosi Nimmersatt Judy ().

This Gut GeveuGelt girl is Einfach Porno Com of her bushy pussy. -

Bei der frage.

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

1 Gedanken zu “Gut GeveuGelt”

Schreibe einen Kommentar

Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Erforderliche Felder sind mit * markiert.